Bij de gezangen van de 6e zondag door het jaar (Quinquagesima)

De wisselende gregoriaanse gezangen van de zesde zondag door het jaar zijn afkomstig uit de preconciliaire zondag Quinquagesima, een zondag die de derde en laatste zondag was van de Voorvasten, een liturgische tijd die in de huidige ordening van het kerkelijk jaar niet meer bestaat.


Omdat deze zondag in de 70-er jaren, na het tweede Vaticaans Concilie, bij de zondagen door het jaar is ingedeeld, moest de oorspronkelijke tractus Iubilate Domino het veld ruimen voor het Alleluia Cantate Domino.

In de tekst van de introitus Esto mihi wendt de psalmist zich tot God die hij zijn beschermer noemt en tevens ’toevluchtsoord’ voor mensen die redding zoeken.

Verrassend hoe actueel die psalmtekst tot op de dag van vandaag is, nu we geconfronteerd worden  met een huidige tijd waarin mensen het moeilijk hebben vanwege hun afkomst, uiterlijk of geaardheid.

De introitus vormt een mooie ouverture tot de lezingen van deze zesde zondag, lezingen die uitgebreid ingaan op de omgang met zieke of onreine mensen.

In bijbelse tijden werd er anders aangekeken tegen ziekte dan in onze tijd. Maar ook in onze tijd worden mensen buiten gesloten. Er zijn nog steeds mensen die niet gezien worden, voor wie geen belangstelling is, die als melaatsen leven. In het evangelie van Marcus horen we dat Jezus wil dat relaties zuiver en gezond zijn. Jezus zoekt de nabijheid op, wil ‘geraakt’ worden  door de melaatse, hij laat daarmee zien hoe we in een goede verstandhouding met anderen  kunnen omgaan.

De tekst van de communio Manducaverunt herinnert ons, net zoals de psalmtekst van het graduale van vandaag, aan de tijd van de Uittocht van het volk IsraĆ«l uit Egypte, aan de doortocht door de woestijn, en heel in het bijzonder aan de zorg van God om het lichamelijke welzijn van zijn volk in een levensbedreigende situatie.

Die niet voor te stellen trouw van God, zijn toezegging om voor de noden van zijn volk zorg te dragen, wordt nadrukkelijk onderstreept door de slotzin uit de communio: ‘non suntfraudati a desiderio suo‘ = zij werden in hun verlangen niet teleurgesteld.

(c) januari 2024, Cyriel Tonnaer