Schola Cantorum van het Ward-Instituut

Palmzondag - St. Martinusbasiliek te Venlo (13 april 2025; 10:00 uur)

Dominica in palmis de passione Domini (Palmzondag van het lijden van de Heer), zo luidt de volledige titel van deze zondag aan het begin van de Hebdómada Sancta (Heilige Week), de Goede Week. Palmzondag opent de Goede Week, een lijdensweek die majestueus eindigt met Jezus’ verrijzenis op Paasmorgen.

Reeds in de 4e eeuw, zo valt te lezen in het reisverslag van Egeria (een voorname vrouw die tijdens een pelgrimstocht drie jaar in Jeruzalem verbleef), werd er in de namiddag van deze zondag een woorddienst op de Olijfberg gehouden waarbij ter gedachtenis aan de intocht van Jezus in Jeruzalem zich een processie vormde tot aan de Grafkerk in de stad Jeruzalem.

Kinderen trokken met palm- en olijftakken mee en alle aanwezigen antwoordden steeds op de gezangen met de woorden: “Gezegend, Hij die komt in de Naam van de Heer!” (Benedictus qui venit in nomine Domini).

De huidige liturgische viering van Palmzondag verwijst naar die situatie. De liturgie van Palmzondag is gebaseerd op twee aspecten: op de herdenking van de intocht van Jezus in Jeruzalem én op het begin van Zijn lijden. Beide aspecten komen treffend tot uiting in de officiële Latijnse benaming Dominica in palmis de passione Domini.

De gezangen tijdens de eucharistieviering, een viering die later aan de woorddienst is verbonden, zijn samengesteld uit fragmenten van psalm 22 en 69 en een brief van de apostel Paulus aan de christenen van Filippi. Het zijn fragmenten die het lijden van Jezus treffend uitbeelden. Het lijkt zelfs alsof we Jezus zelf horen spreken in de tractus, offertorium en communio. De communio is een schitterende antifoon waarvan de tekst letterlijk uit het evangelie van Matteüs komt (Mt. 26, 42). In dit gezang richt Jezus zich rechtstreeks tot de Vader, bovendien begint de communio krachtig met de aanroeping ‘Pater’, ‘Vader’!

De climax van het evangelie volgens Matteüs bestaat uit het verhaal over Jezus’ lijden, dood en verrijzenis. In dit passieverhaal herhaalt Jezus tot drie maal toe de woorden ‘Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink: dat dan uw wil geschiede’. Deze indringende tekst overwegen we tijdens de communie en wisselen we af met verzen uit psalm 116 (115), vooral vers 13 is heel toepasselijk: ‘Calicem salutaris accipiam, et nomen Domini invocabo’, (= de beker van het heil zal ik ontvangen, en de Naam van de Heer zal ik aanroepen).

In de joodse traditie hoort het aannemen en opheffen van de beker van verlossing (heil) tot het ritueel van de Pesachmaaltijd. Met Pesach wordt herdacht dat het volk Israël door de diepte is gegaan en is verlost. In onze christelijke visie vertolkt psalm 116 daarmee de dood en verrijzenis van Jezus.

Naast alle dramatische gebeurtenissen aan het begin van de Goede Week waarin het lijdensverhaal voor velen de toon zet (denk aan het grote aantal druk bezochte uitvoeringen van de Mattheuspassion!), komt zó toch ook het bevrijdende Pasen in zicht!

 

 © Cyriel Tonnaer, dirigent Schola Cantorum van het Ward-Instituut

februari 2025